Toespraak dodenherdenking: verzet als voorbeeld

Home > Inwoners > Nieuwsberichten > Toespraak dodenherdenking: verzet als voorbeeld

Toespraak dodenherdenking: verzet als voorbeeld

Vandaag herdenken wij in het bijzonder alle inwoners van het Koninkrijk der Nederlanden, die in de loop der jaren het slachtoffer zijn geworden van terreur, onderdrukking en geweld. Ook staan wij stil bij slachtoffers van oorlogen, gewapende conflicten en vredesacties in deze tijd, waar ons land op een of andere manier bij betrokken was of is. Naast deze landgenoten willen wij in het bijzonder ook de burgers uit andere landen herdenken, die hún leven gaven voor ónze vrijheid.

We staan op deze dag niet alleen stil bij de slachtoffers van oorlogen, maar ook bij de gebeurtenissen die hiertoe hebben geleid. Hoe destijds sluipenderwijs mensen tegenover elkaar kwamen te staan die daarvóór vredig met elkaar omgingen. Hoe Joodse gezinnen dachten dat het allemaal niet zo’n vaart zou lopen omdat ze zoveel goede vrienden hadden buiten hun geloof,  volledig geaccepteerd werden en volop meededen aan het verenigingsleven. En dat geleidelijk aan vrijwel iedereen afstand van ze nam, ze steeds meer werden gemeden, niet meer werden gegroet en misschien uiteindelijk zelfs verraden door iemand van wie ze dat het minst hadden verwacht.

Onze gedachten gaan vandaag ook zeker uit naar hen die zich actief verzetten tegen de onderdrukker. Vanuit het heden bezien, lijkt het allemaal zo logisch, verantwoord en spannend: er is een vijand, je ziet hoe onrechtvaardig de wereld is geworden en je komt in verzet, vol geheime ontmoetingen en dramatische momenten, waarbij aan het eind van het verhaal het recht zegeviert. Dat is het beeld van verzet tijdens de Tweede Wereldoorlog, zoals het is overgeleverd in talloze verhalen, romans en films.

De werkelijkheid is zeker in tijden van oorlog en terreur veel minder overzichtelijk en zijn goed en kwaad moeilijker dan ooit te scheiden. Juist dan is het maken van keuzes het allermoeilijkst, omdat je leven en dat van je geliefden hier direct vanaf kunnen hangen. Dat wat rechtvaardig voelt en dat wat je werkelijk kunt doen, ligt dan vaak mijlenver uit elkaar.

Ook in onze tijd waarin we godzijdank in vrede mogen leven, blijft het een belangrijke vraag wanneer en waarom we ons verantwoordelijk voelen voor een ander. Wat doe ik als er een beroep op mij wordt gedaan, als ik zie dat de waardigheid van de ander in het geding is? En hoe ver strekt mijn verantwoordelijkheid, welke middelen zijn gerechtvaardigd, welke gevolgen, voor mijzelf en voor anderen, vind ik aanvaardbaar? En hoe kies ik een kant als mijn eigen toekomst onzeker is?  in hoeverre sta ik werkelijk open voor het beroep dat de ander op mij doet? 

Op onze zoektocht naar antwoorden op wat wij zouden doen, kan de geschiedenis van de Tweede Wereldoorlog ons helpen, maar kunnen ook meer recente vormen van verzet tegen overheersing ons inspireren. Zoals de wijze waarop de Afro-Amerikaanse burgerrechtenvereniging in de Verenigde Staten decennialang geweldloos verzet leverde tégen rassenscheiding en vóór gelijke rechten.  Op 4 april was het 50 jaar geleden dat Martin Luther King zijn vreedzame strijd voor gerechtigdheid met de dood moest bekopen. Met zijn inzet en toespraken wist hij velen te raken en in beweging te krijgen. Maar zijn droom leverde voor de gevestigde orde juist ook angst op voor wat hij voor elkaar zou kunnen krijgen.

Als je de ander wat geeft, lever je zelf wat in, lijkt vaak de heersende gedachte. Immers, zo wordt er in onze Westerse wereld ook in deze tijden vaak naar vluchtelingen gekeken. Dat velen bang zijn zelf wat te verliezen als je de ander een veilig heenkomen biedt. Dat we niet meer zien wat ons verbindt, maar juist de verschillen als bedreiging zien.

Vandaag herdenken we. Staan we er bij stil dat veiligheid en vrijheid niet vanzelfsprekend zijn. Ondanks dát, wat we van de Tweede Wereldoorlog geleerd konden hebben, geldt dit ook nog steeds niet voor Joden. Zo raadde de Duitse Joodse Raad onlangs aan geen keppeltje meer op straat te dragen om geweld te voorkomen. Het is onverteerbaar dat in onze vrije wereld bijna 75 jaar na de genocide van het Joodse volk dit advies gegeven moet worden.

In Frankrijk wordt zelfs gesproken over etnische zuiveringen van Joden door moslimextremisten. Ook in Nederland zijn er bij Joodse scholen en synagogen forse beveiligingsmaatregelen getroffen.

Terwijl de impact van de Tweede Wereldoorlog nog steeds voelbaar is, komen er weer nieuwe excessen. Ineens voelt de Tweede Wereldoorlog dan toch weer dichtbij. In het Oorlogsmuseum in Overloon is de korte film 'Ik ben er nog', te zien die onlangs onderscheiden werd  met de Gold World Medal bij The New York Festivals. Deze indringende film van ruim 5 minuten gaat over het leven van Hélène Egger, een joods meisje uit Amsterdam dat in de oorlog de  familieleden om haar heen weg ziet vallen. Ze overleeft de oorlog en komt zelf ook in beeld om duidelijk te maken dat ze pas sinds kort kan vertellen over de donkere jaren van toen.

Morgen vieren we onze vrijheid. Echte vrijheid kan er alleen zijn als we de ander ook die vrijheid kunnen bieden. Als we respect voor elkaar hebben, ook als iemand er anders uitziet, anders denkt of gelooft. 

Laten we blijven leren uit ons verleden en niet wegkijken, maar in verzet blijven tegen terreur, onrecht, mensonwaardig gedrag, rassendiscriminatie en radicalisering. Deze zijn niet van ooit, maar ook van nu. Laten we voor alle onderdrukten op blijven staan en ons sterk blijven maken voor gelijkheid, rechtvaardigheid en veiligheid voor iedereen. Zoals Martin Luther King zei: In the end we will remember not the words of our enemies, but the silence of our friends.

Laten we blijven geloven in de droom die hij had, daaraan blijven werken en deze actief doorgeven. Daarmee geven we  de vrijheid door. Juist aan hen voor wie deze het minst vanzelfsprekend is. Want als wij niets doen, wie dan?